Strategisch spelen
Trots ben ik op mijn prachtige landerijen en de dorpen die eraan grenzen. Al mis ik nog steeds een heel belangrijke grondstof. Als ik dát heb, kan ik alles.
Ik loop langs de kudde schapen, strijk tevreden langs de stenen beschermmuur, maar op een enkel boompje na, heb ik te weinig hout om verder te bouwen. In de verte zie ik het bos van de buurman. Misschien kan hij me helpen. Mijn buurman kijkt me spottend aan. Hoe ik het in mijn hoofd haal om hout te vragen: alsof ik niet al genoeg heb. Maar in ruil voor twee schapen kijkt hij wat hij voor me kan doen. Aan het einde van de dag mag ik een truck vol hout uitladen. ‘Dank je wel!’
Wat nu? Het liefst wil ik een boot bouwen, om naar het eiland te varen. Dat eiland zou een geweldige vestigingsplaats zijn (met genoeg hout voor mezelf) èn het gerucht gaat dat daar een diamantmijn zit. Ik vermoed alleen dat de eigenaar van het eiland verderop hetzelfde plan heeft. Bovendien gunnen de andere buren het mij ook niet. Ze zijn te bang dat ik mijn droom waar maak: een eigen metropool. Ik betrapte één van hen eerder al op het inhuren van een struikrover om mijn graanproductie te dwarsbomen. Ik moet dus voorzichtig te werk gaan. Alles of niets en snel ook…
Kolonisten van Catan. Al jaren speel ik de uitgebreide versie (voor zes personen, met ‘Zeevaarders’, ‘Steden en Ridders’ en ‘Diamanten’). Iemand die het voor de eerste keer gaat spelen, zal overweldigd worden. De mogelijkheden (vooral om anderen te pakken) zijn eindeloos. Alles draait om strategisch spelen en geluk hebben. Toch laat ik de ‘naai-kaartjes’ wel eens liggen, vooral als het me voor de wind gaat. Dan hoef ik niet zo nodig een handelaar af te pakken of ‘de bisschop te spelen’. Daarbij is het gewoon handiger om in zo’n positie iedereen te vriend te houden, want je weet nooit wie tot welke actie in staat is. Vooral niet als er krachten worden gebundeld.
Wat moet je kunnen om een goede Kolonist te worden? Het belangrijkste is om direct in het begin de juiste plekken te veroveren. Als dat al niet lukt, kun je het wel schudden. Het is handig om een stalen pokerface op te zetten. Zodra tegenspelers vermoeden dat je gaat winnen of iets groots kan bouwen, kun je je grondstoffen, handelswaren en diamanten inleveren. Tegen je verlies kunnen is ook wel fijn. In het begin heb ik heel wat potjes tandenknarsend uitgezeten. Maar gelukkig is dat -na enkele maanden- vanzelf over gegaan. Uiteindelijk gaat het natuurlijk ook om de gezelligheid…
P.S. Ik ben verslingerd aan de ‘langste weg’ en de ‘spion’. Wat is jouw favoriete move?
Willemstad, 23 september 2010, 18.30









Ook al verlies je duizend keer, Catan blijft leuk!
Ik ga altijd voor een metropool
, liefst met de doeken (gele).
Ik ga altijd voor de bisschop! Heerlijk is dat.
Haha, inderdaad. De bisschop en de struikrover zet jij altijd in met de beruchte uitspraak: ‘we moeten hard spelen’
.