Juist in komkommertijd
Werken in de zomer. Veel collega’s zijn er een paar welverdiende weekjes tussenuit, het zonnetje schijnt fel naar binnen, mijn cola light is lauw en ik sta op het punt mijn telefoon door het raam te gooien.
Je zou het niet denken als half Nederland op een hangmatje ligt, maar de drukte op kantoor gaat onverminderd door. Juist in komkommertijd. Ik heb namelijk de schone taak het werk van een aantal collega’s waar te nemen. Dat houdt in dat ik regelmatig door journalisten gebeld wordt over onderwerpen waar ik eigenlijk niet zo héél veel van af weet.
Aandachtig zit ik te luisteren, schrijf alle vragen op een kladje, maan mijn rumoerige collega tot stilte (met een wild handgebaar en een ‘ssssh!’) en vat alles nog even samen met de journalist. Of ik de vragen het liefst vanochtend nog kan beantwoorden, terwijl het al elf uur is. Maar ik ben niet voor één gat te vangen. Na een uur druk rondbellen los ik ’s werelds ingewikkeldste persvraag op. Met een ‘heel graag gedaan’ druk ik de telefoon uit, om vervolgens trots om me heen te kijken en dan tot de ontdekking te komen dat ik alleen zit.
Waar is iedereen? Eén blik op mijn telefoon vertelt me hoe laat het is: ‘Aah lunch’. Tja, als je met zulk mooi weer, midden in de stad werkt en je baas niet in huis is, móet je bijna wel op een terrasje lunchen… zullen mijn collega’s vast gedacht hebben! Ik sms vlug dat ik er ook aan kom en gris mijn zonnebril van het bureau. Lachend nemen we alle komkommerroddels even door, drinken we een verkoelend glaasje fris en twitteren we foto’s van onze overheerlijke broodjes caprese. Andere collega’s (inclusief de baas) twitteren ons eet smakelijk.
Als echte zomer workaholics kunnen we natuurlijk niet te lang wegblijven. Blijkbaar is de andere tien procent die deze maand werkt ook uitgeluncht, want de telefoon gaat weer non stop over. Terwijl ik met nog wat klussen bezig ben, bedenk ik me dat de nieuwe Yes magazine nu vast wel in de winkel ligt. Ik ren meteen de deur uit om hem te halen. Niet omdat ik hem zo graag lees, maar omdat één van mijn blogs (oh ja, ‘lezerscolumn’) erin staat.
Chagrijnig kom ik weer binnen. Nou ja zeg! Niet alleen is het verhaal ingekort (wist ik van te voren), maar ook nog eens gecensureerd (wist ik niet van te voren). Daarbij staat alleen mijn voornaam erbij, geen vermelding van mijn blog en ziet mijn foto er toch een beetje creepy uit. Maar een tweet van Sander vrolijkt me weer op: ‘Da’s de tol van de roem… Van je afzetten en vooral blij zijn met het feit dat je de f*cking Yes gehaald hebt!’ Hij heeft gelijk.
Ik kijk een aantal interviews na en schuif klusjes die ik voor ‘de rustige zomerperiode’ bewaard had door naar volgende week. Tussendoor schudt collega Maarten (die ook cabaretier had kunnen zijn) de ene na de andere persiflage uit zijn mouw, terwijl collega Nina en ik niet meer bij komen van het lachen. Ik krijg een smsje van een vakantievierende collega: ‘Genieten jullie ook een beetje van de zomer in het stadhuis?’ Eigenlijk wel ja: je weet niet wat je mist!
Willemstad, 24 juli 2010, 12.23








